Journalistiek 2.0: een onemanshow?

Twee gastdocenten, twee radicaal verschillende meningen. Daar waar Jan Debroek van het productiehuis Arendsoog rotsvast gelooft in de voordelen van het soloreporterschap (“1 camerareporter filmt, monteert en regisseert”), heeft VRT-journalist Michaël van Doogenbroeck vooral bedenkingen bij deze vorm van journalistiek. En ook in het ruimere journalistieke veld heerst er onenigheid: is de journalist van de toekomst een doe-het-zelver of blijft hij/zij deel uitmaken van een drie- of viermansploeg?

Voordelen van solojournalistiek

Traditioneel is een videoreportage een samenwerking tussen een cameraman, een klankman, een monteur en een journalist. Gevolg: vier werknemers die op het einde van de maand geld op hun bankrekening willen zien staan. Om kosten te besparen, wordt er steeds vaker geopteerd voor een gereduceerde versie van deze traditionele vierdeling. In minimale vorm – zo leerde ik van Michaël van Droogenbroeck – vinden we dit reeds bij de VRT, waar de geluidsman ook de montage van het stuk voor zijn rekening neemt. Toch kan de productie nog goedkoper, door het inzetten van een solojournalist (aka camjo, videojournalist of backpackjournalist), want “Bedrijven sparen 2/3 tot 80 procent van de productiekosten uit, alleen al door de vermindering in de loonkosten”. Het zal dus niet verwonderen dat regionale zenders als TV-Limburg, TV Oost of ATV reeds hun toevlucht nemen tot deze kostenbesparende vorm van journalistiek.

Het financiële aspect is niet het enige voordeel dat het soloreporterschap biedt ten opzichte van de traditionele vierdeling. Integendeel. Zo spreekt het Belgische productiehuis Arendsoog van “heel betrokken producties”: één persoon legt zich volledig toe op één journalistiek stuk, en maakt bewust elke fase in het productieproces mee. De traditionele onderverdeling (cameraman-geluidsman-monteur-journalist) werkt deze betrokkenheid, intimiteit en creativiteit tegen, want “If you are shooting for someone else to edit you really need to stick to a formula”. Daarnaast is een eenmanscameraploeg natuurlijk minder intimiderend voor de geïnterviewden, mobieler (onder meer al door de lichte, handige, semiprofessionele camera’s die er tegenwoordig bestaan), enzovoort.

Michael Rosenblum, die algemeen beschouwd wordt als de geestelijke vader van de videojournalistiek, spreekt van een heruitvinding van de journalistiek:

It means that we have a unique opportunity to reinvent television journalism. No longer does it have to be complex, expensive, difficult, require an army of technicians, or rest in the hands of the very few. It is now possible for a person working on his or her own to make high-quality, intelligent and, most importantly, very inexpensive television.

Een heruitvinding van de journalistiek lijkt onvermijdelijk, aangezien de hoeveelheid beschikbaar nieuws alleen maar blijft groeien (mede door de opkomst van de sociale media). En juist op dat vlak biedt de solojournalistiek een groot voordeel: “instead of having two person crews doing ten stories; you could have twenty individuals doing twenty stories. I like that idea and the fact that if you have all those minds working a different story, you are going to be able to cover more news.” En zo worden er dus ook kosten bespaard.

“Jack-of-all-trades, and masters of none”

Maar de kritiek is vaak hard. Vooral de kwaliteit van solojournalistiek wordt in twijfel getrokken en zelfs openlijk aan de kaak gesteld (“de kwaliteit van camjo is vaak bagger”). Natuurlijk hebben critici gelijk als ze zeggen dat de beeldkwaliteit van een reportage gemaakt door een videojournalist niet te vergelijken is met die van een cameraman die er een jarenlange studie op heeft zitten. Maar maakt dat uit? Is de kijker wel op zoek naar hoogstaande beeldkwaliteit? Onderzoek heeft uitgewezen – zo legde Jan Debroek uit – dat de kijker het verschil amper opmerkt tussen beeldmateriaal van solojournalisten en dat van meermansploegen. De nieuwsinhoud wordt nog altijd belangrijker geacht dan de beeldkwaliteit, kijk maar naar het gebruik van Youtube-video’s of Skype-interviews in het televisiejournaal.

Daar waar de technische kwaliteit dus niet perfect moet zijn, wordt een videojournalist wel verwacht de journalistieke kwaliteit van het stuk zo hoog mogelijk te houden, en daar zit de grootste uitdaging: “It is often easier to learn the technical part of Video Journalism, than it is to master the journalism”. De journalist mag niet vergeten een gebalanceerd en objectief – voor zo ver dat mogelijk is – verhaal te brengen. Onderzoek heeft uitgewezen dat de solojournalistiek hier nog niet volledig toe in staat is.

Wat brengt de toekomst?

Zal de videojournalistiek een fenomeen blijven dat enkel op regionaal vlak succes kent? Twijfelachtig. Op dit eigenste moment koopt ook de VRT al soloreportages (o.a. voor Panorama). Waarschijnlijker ligt de toekomst in de combinatie van solojournalistiek en traditionele cameraploegen, want – zo gaf zelfs Jan Debroek toe – “er gaan altijd situaties bestaan waarin de traditionele opdeling beter zal zijn en behouden wordt”.

Niettegenstaande: journalisten, “Adjust or  you will die” (aldus Rosenblum). Ik krijg volgend semester alleszins al een basiscursus monteren en cameratechnieken.

Dus ik overleef het wel… Let’s hope.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: